Medicijnen hoeven niet goed te smaken – maar wel goed te werken.

Medicijnen werken niet bij iedereen op dezelfde wijze. Daarvoor zijn ondermeer onze genen verantwoordelijk.

Wanneer wij een medicijn innemen duurt het even voordat er een werking optreedt. De werkzame stof moet namelijk eerst op de plek in het lichaam aankomen waar het nuttig kan zijn. Toch komt het regelmatig voor dat de werkzame stof daar nooit aankomt. Het lichaam heeft de werkzame stof reeds daarvoor gemetaboliseerd. Het medicijn kan daarmee niet werken. Aan de andere kant is het mogelijk dat werkzame stoffen juiste een zeer heftige werking opleveren. De tabletten die bij de ene persoon zeer behulpzaam zijn, kunnen bij de andere het effect van een gif hebben met zwaarwegende gevolgen. In het ene geval zou men de dosis kunnen verhogen en in het andere geval reduceren of een alternatief medicijn uitkiezen. Beide zijn slechts mogelijk indien men de individuele verdraagzaamheid van het medicijn kent.

Een extreme reactie (of geen reactie) op medicijnen is overigens absoluut niet zeldzaam: wetenschappelijke onderzoeken geven aan dat slechts 25 – 60% van de mensen op een dusdanige manier reageren op gangbare werkzame stoffen zoals bij de doseringsaanbeveling is aangenomen.

In de pharma.sensor kunt u zien, welke genen voor welke werkzame stoffen in medicijnen een rol spelen. Met de box PGS.pharma kunt u deze genen gericht laten onderzoeken.

Voorbeelden van het nut van de Box PGS.farma:

Verticale tabs

Pijnstillers

Een voorbeeld van een pijnstiller die genetisch bepaald zeer verschillende werking kan hebben is Codeïne dat ook vaak gebruikt wordt om hoest te onderdrukken.

Bij personen, die zeer sterk op het medicijn reageren kan Codeïne giftig zijn en daarmee zeer gevaarlijk zijn. Bij andere personen is het medicijn vrijwel volledig ineffectief. De PGS.box helpt in die gevallen een andere dosering of een alternatief medicijn te vinden.

  1. Bij mensen met genetische mutaties die leidt tot een ultrasnelle CYP2D6 stofwisseling  zal codeïne inname al spoedig leiden tot giftige hoeveelheden aan morfine.
  2. Als mensen zich bewust zijn van deze mutaties, kunnen zij het ​​advies van artsen in ogenschouw nemen.
  3. Genetische diagnose en begeleiding levert u belangrijke informatie op waarmee u de juiste  beslissingen kunt  nemen ten aanzien van een alternatieve behandeling, medicatie of dosering.
  4. Een verminderde dosering helpt om bijwerkingen te voorkomen.

 

Geneesmiddelen tegen kanker

Bij zo'n ernstige ziekte als kanker dient de werking van het geneesmiddel absoluut zeker te zijn.

Van de werkzame stof Tamoxifin, dat bij borstkanker vaak wordt voorgeschreven, is bekend dat het middel genetisch bepaald, bij bepaalde omstandigheden volledig ineffectief kan zijn.

De PGS.box toont aan of de persoon behoort tot de groep van de "non-responders" en de behandelende arts kan dan besluiten om een alternatief medicijn voor te schrijven