Het nuttige zoeken, het schadelijke vermijden – beide leren kennen.

Wat wij nodig hebben om ons gezond en goed te voelen, is zeer individueel. Genen kunnen ons daarover informeren.

Er is algemeen geldige kennis over wat goed voor ons is en wat niet goed voor ons is. En toch zijn er mensen die gezond zijn hoewel ze "ongezond" leven. Anderen letten zeer op zichzelf en hebben toch te maken met klachten. We zijn niet allemaal gelijk - en om precies te weten wat we nodig hebben, welke voeding goed voor ons is, moeten we dit eerst maar eens ons lichaam vragen. Daarmee vermijden we dat we met de beste bedoelingen toch het verkeerde doen. Zo kan het innemen van een vrij verkrijgbaar ijzerpreparaat - met name gebruikt door personen die veel sporten - zeer gevaarlijk zijn wanneer het lichaam te zeer ijzer opslaat. De melk, die wij vanwege het calcium graag drinken kan bij ons klachten veroorzaken omdat we een lactose intolerantie hebben. Zulke en vele andere individuele kenmerken en neigingen kunnen vandaag de dag uit de genen worden afgelezen.

Voorbeelden van het nut van de PGS.prevention box:

Verticale tabs

Stoornis in foliumzuurmetabolisme

Folumzuur is een van de B-vitamines - en behoort tot de belangrijkste essentiele voedingsstoffen.

Een aangeboren genetische variant kan de oorzaak zijn van een tekort aan foliumzuur in de cellen. Vermoeidheid, problemen met de spijsvertering, hart- en vaatziekten, en diverse andere symptomen kunnen het gevolg zijn.

Een genetisch onderzoek brengt duidelijkheid – op de verhoogde behoefte kan door het toevoegen van speciaal voorbereide vormen van foliumzuur worden gereageerd.

Lactose-intolerantie

Elke zevende persoon van Centraal Europese afkomst verdraagt als volwassen persoon, zuivelprodukten slecht. 

De daarvoor verantwoordelijke enzym deficiëntie is in vele gevallen genetisch bepaald.

Omdat er sterke verschillen van lactose intoleratie bestaan en de klachten niet onmiddelijk optreden, worden vele symptomen zoals zwellingen, diarree, misselijkheid en opgeblazen gevoel vaak niet goed toegewezen.

Een gen test kan een vermoeden bevestigen. Daarna help het om de voeding aan te passen of het ontbrekende enzym gericht bij de maaltijden in te nemen.

  1. Mutaties in het LCT-gen worden geassocieerd met lactose-intolerantie.
  2. Genetische diagnose kan deze veronderstelling bevestigen.
  3. Daardoor kan men de juiste beslissingen nemen ten aanzien van voeding of aanvulling van het ontbrekende enzym lactase.